Dodelijk verkeersongeval: waarom een fout onder het nieuwe Strafwetboek niet altijd meer tot een veroordeling leidt

Een verkeersongeval met dodelijke afloop heeft ingrijpende gevolgen voor alle betrokkenen. Toch volstaat de ernst van die gevolgen niet om een bestuurder strafrechtelijk te veroordelen. De rechter moet nagaan welke fout de bestuurder heeft begaan en of die fout het overlijden heeft veroorzaakt. Onder het nieuwe Strafwetboek komt daar een beslissende vraag bij: was het gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid ook ernstig?

Een vonnis van de Politierechtbank Limburg, afdeling Beringen, van 12 oktober 2026 (Politierechtbank Limburg, afdeling Beringen, 12 oktober 2026, vonnis nr. 2026/2058) illustreert het belang van die hogere foutdrempel. De rechtbank sprak een vrachtwagenbestuurder vrij na een dodelijke aanrijding met een fietsster. Het vonnis verduidelijkt daarmee het onderscheid tussen een tragisch ongeval en strafrechtelijk verwijtbaar gedrag.

Het ongeval: groen licht, maar geen conflictvrije oversteek

Het ongeval vond plaats op 8 juli 2024 in Ham. Een vrachtwagenbestuurder sloeg aan een kruispunt rechts af en kwam daarbij in aanrijding met een overstekende fietsster. Zij overleed aan haar verwondingen.

De rechtbank onderzocht onder meer de getuigenverklaringen, de tachograafgegevens en het verslag van een verkeersdeskundige. Vast stond dat de vrachtwagenbestuurder groen licht had. Volgens de rechtbank had de fietsster het tweede gedeelte van haar oversteek aangevat terwijl haar verkeerslicht op oranje stond.

De afstemming van de verkeerslichten bleek bovendien niet werkelijk conflictvrij. Het afslaande verkeer kreeg al groen terwijl het fietslicht nog niet rood was. Daardoor konden een overstekende fietser en een afslaand voertuig elkaar toch op de oversteekplaats treffen.

Ook de snelheid speelde een belangrijke rol. De vrachtwagen reed bij de aanrijding zeer langzaam en kwam vrijwel onmiddellijk tot stilstand. Anders dan de bestuurder had verklaard, was hij vóór het afslaan niet volledig gestopt. Dat gegeven volstond voor de rechtbank echter niet om een ernstige onvoorzichtigheid vast te stellen.

Oud Strafwetboek: een lichte fout kon volstaan

Onder de artikelen 418 en 419 van het oude Strafwetboek kon onopzettelijke doding worden bestraft wanneer het overlijden was veroorzaakt door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. De fout hoefde niet ernstig te zijn. Ook een lichte onvoorzichtigheid kon in beginsel tot een strafrechtelijke veroordeling leiden, op voorwaarde dat het oorzakelijk verband met het overlijden bewezen was.

Dat betekende niet dat elke bestuurder die bij een dodelijk ongeval betrokken raakte automatisch strafbaar was. Een concrete fout en het oorzakelijk verband moesten steeds worden aangetoond. De drempel lag evenwel lager: de rechter hoefde niet bijkomend vast te stellen dat het tekortschieten een ernstig karakter had.

Nieuw Strafwetboek: niet elke onvoorzichtigheid is nog strafbaar als doding in het verkeer

Artikel 107 van het nieuwe Strafwetboek vereist voor doding in het verkeer een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Het verschil zit dus niet alleen in de bestraffing, maar in de voorwaarden waaronder iemand voor dit misdrijf kan worden veroordeeld.

Een gewone fout die het overlijden heeft veroorzaakt, volstaat niet meer zonder meer. De rechter moet ook beoordelen of die fout voldoende ernstig is om strafrechtelijke aansprakelijkheid voor doding in het verkeer te verantwoorden.

Zoals de politierechtbank opmerkt, heeft de wetgever het begrip “ernstig gebrek” niet gedefinieerd. De beoordeling gebeurt daarom aan de hand van de concrete omstandigheden. Daarbij wordt het gedrag van de bestuurder vergeleken met dat van een normaal voorzichtig persoon in dezelfde situatie.

De ernst van het gevolg mag daarbij niet worden verward met de ernst van de fout. Een beperkte onoplettendheid kan catastrofale gevolgen hebben, maar wordt daardoor niet automatisch een ernstige onvoorzichtigheid.

Waarom volgde in deze zaak een vrijspraak?

De rechtbank beoordeelde het rijgedrag in samenhang met de volledige verkeerssituatie. Het groene licht voor de vrachtwagen, de gebrekkige afstemming van de verkeerslichten, het oversteken bij oranje en de zeer lage snelheid wogen daarbij zwaar door.

Het openbaar ministerie zag een ernstige fout in de verminderde aandacht van de bestuurder voor de verkeerssituatie vóór hem. De rechtbank volgde die redenering niet. Dat de bestuurder vóór het afslaan ook in zijn rechterspiegel keek om na te gaan of er fietsers achter hem naderden, kon volgens haar evenmin als onvoorzichtig gedrag worden beschouwd.

Er volgde niet alleen vrijspraak voor doding in het verkeer. Ook de afzonderlijk ten laste gelegde overtredingen inzake onaangepaste snelheid en het niet verlenen van voorrang achtte de rechtbank niet bewezen.

Het vonnis stelt overigens niet vast dat dezelfde feiten onder het oude Strafwetboek noodzakelijk tot een veroordeling zouden hebben geleid. Ook onder dat recht moest immers eerst een fout bewezen worden.

Wat betekent dit voor ongevallen voor de strafrechter?

Voor de vervolging van dodelijke verkeersongevallen wordt de onderbouwing van de ernst van de fout essentieel. Het volstaat niet om aan te tonen dat een bestuurder anders had kunnen handelen of dat het ongeval vermijdbaar was. Er moet worden bewezen dat het overlijden voortvloeit uit een ernstig tekortschieten in voorzorg of voorzichtigheid.

Dat maakt de reconstructie van het ongeval bijzonder belangrijk. Technische gegevens, zichtbaarheid, verkeerslichten, snelheid en getuigenverklaringen kunnen bepalend zijn voor het onderscheid tussen een gewone fout en een ernstige strafrechtelijke fout.

De nieuwe drempel betekent evenwel niet dat gewone verkeersovertredingen onbestraft blijven. Een bestuurder kan worden vrijgesproken van doding in het verkeer en toch worden veroordeeld voor een afzonderlijk bewezen verkeersovertreding. Die beoordeling staat los van de vraag of er een ernstige fout in de zin van artikel 107 is.

De wijziging kan ook relevant zijn voor ongevallen van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek. Een mildere strafwet kan immers toepassing vinden op oudere feiten waarover nog moet worden geoordeeld. In deze zaak paste de rechtbank de nieuwe foutdrempel toe op een ongeval uit 2024.

Vrijspraak betekent niet automatisch dat schadevergoeding uitgesloten is

Strafrechtelijke aansprakelijkheid en het recht op schadevergoeding zijn verschillende vragen. Het ontbreken van een ernstige strafrechtelijke fout sluit niet op zichzelf elke burgerrechtelijke aansprakelijkheid of andere vergoedingsgrond uit.

In deze zaak verklaarde de politierechtbank zich na de volledige vrijspraak niet bevoegd om de burgerlijke schadevorderingen te behandelen. Zij kende dus geen schadevergoeding toe, maar besliste daarmee evenmin dat elke mogelijkheid tot vergoeding uitgesloten was. Een eventuele verdere beoordeling moet rekening houden met de precieze gronden van de vrijspraak en de toepasselijke aansprakelijkheids- en verzekeringsregels.

Het vonnis maakt vooral duidelijk dat het nieuwe Strafwetboek een scherpere grens trekt tussen een ongeval met dramatische gevolgen en een ernstig verwijtbare fout. Niet alleen wat er is gebeurd, maar vooral hoe ernstig de bestuurder is tekortgeschoten, bepaalt of een veroordeling voor doding in het verkeer mogelijk is.

Advocaat Bart Bleyaert
Advocaat Bleyaert
📩 Neem contact op
Scroll naar boven
1