AI‑toepassingen en taalmodellen winnen snel terrein in de juridische sector. Ze genereren moeiteloos teksten die lijken op degelijk juridisch werk: verzoekschriften, reorganisatieplannen, adviezen. Maar een recente uitspraak van de Ondernemingsrechtbank Gent (15 december 2025) toont scherp aan welke risico’s van AI in het recht hiermee gepaard gaan.
In deze zaak bij de rechtbank in Gent werd een document naar voren geschoven als reorganisatieplan in een gerechtelijke reorganisatie. De rechtbank stelde echter vast dat het in werkelijkheid ging om een inhoudsloos document van 22 pagina’s, opgebouwd uit holle en nietszeggende formuleringen, dat leek op knip‑ en plakwerk uit cursussen bedrijfsbeheer, economie en insolventierecht.
Cruciale, door Boek XX WER vereiste onderdelen ontbraken volledig:
- geen concreet betalingsvoorstel aan schuldeisers;
- geen overzicht van schulden en schuldeisers, geen indeling in categorieën;
- geen cijfers of realistische uitvoeringstermijnen;
- geen duidelijkheid over welke rechten en vorderingen worden gewijzigd.
De ondernemingsrechtbank besloot dan ook dat er in feite geen geldig reorganisatieplan voorlag en dat er dus niets te stemmen of te homologeren viel. Daarnaast wees de rechtbank, gevat over een vraag om de debatten te heropenen, expliciet op (mogelijk) onoordeelkundig en ongecontroleerd gebruik van AI‑toepassingen in verzoekschriften en (staving-)stukken, en koppelde dit aan de mogelijkheid van een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag (art. 780bis Ger.W.).

Deze uitspraak illustreert enkele fundamentele risico’s van AI en taalmodellen in juridische procedures:
- AI kent het concrete dossier niet. Een taalmodel genereert algemene, vaak verouderde of irrelevante tekst zonder nauwe aansluiting bij de feiten, cijfers en stukken van het dossier.
- Wettelijke vormvereisten worden niet automatisch gerespecteerd. Dwingende bepalingen (zoals in de zaak zelf bepalingen van Boek XX WER over inhoud, vorm en procedure van een reorganisatieplan) worden door een AI‑tool niet spontaan gevolgd.
- De procedure komt inhoudelijk onder druk. Een schijn‑plan zonder concrete inhoud betekent: geen zinvolle stemming, geen homologatie en verlies van tijd en vertrouwen bij rechtbank en schuldeisers.
- Er dreigen sancties! Het voorleggen van juridisch nutteloze standaardteksten kan worden beschouwd als kennelijk onzorgvuldig en potentieel vertragend procesgedrag, met mogelijke financiële gevolgen.
AI en juridische taalmodellen kunnen in de advocatuur nuttig zijn om teksten te structureren, te herschrijven of als denkhulp te dienen. Maar een juridische analyse, toepassing van de wet op een concreet feitencomplex, beoordeling van risico’s en processtrategie blijven menselijk werk.
Een advocaat met grondige juridische expertise en échte dossierkennis kan – minstens vooralsnog – niet worden vervangen door een taalmodel of eender welke AI‑tool. AI mag het juridische werk ondersteunen, maar kan niet de plaats innemen van het doordachte, op maat gemaakte advies dat cliënten terecht van hun raadsman mogen verwachten.
Verwijzing: Ondernemingsrechtbank Gent dd. 15 december 2025, rolnr. Q/25/0025, ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251215.1